Zaterdagmorgen 10 maart jl. zo rond half elf stapten K. en ik in de bus voor een avontuurlijke dag, te beleven in de grote stad, Groningen. Voor mij is half elf in de morgen verschrikkelijk vroeg, want ik weiger normaal gesproken vóór tienen op te staan om daarna nog een uurtje te moeten bijkomen, recht te trekken, met koffie, véél koffie, lullig broodje jam en, vooral, géén geleuter aan m’n kop. U ziet, ik ben en onmogelijk kereltje, hetgeen ik graag zo wil houden; onmogelijke kereltjes schoppen het maar al te vaak zeer ver in deze wereld. Hoe dan ook, u begrijpt dat die ultravroege heenreis naar de stad een martelgang voor mij was…..
Een martelgang, ook al omdat ik, eenmaal op de plek van onze eerste bestemming aangekomen, werd geconfronteerd met keiharde Jazzmuziek. Op zich goed, gaat het niet om, maar verpest muziek nooit en te nimmer door haar zo vroeg al te versterken middels enorme luidsprekers! Gelukkig was er wel koffie. We bevonden ons in de ‘kelder’ van het muziekconservatorium, maar gelukkig heeft zo’n gebouw méér vertrekken waar je kan vertoeven. Vandaar dat we ons al al snel nestelden in de grote gehoorzaal, om op tijd te zijn voor een ontmoeting met Mozart, Chausson en Penderecki. Jawel! Mozart, de laat-barokke, met Divertimento in Bes, KV 254 voor viool, cello en piano. Chausson, de romanticus, met Pianotrio in g-klein, op. 3, eveneens voor genoemde instrumenten, en tot slot, Penderecki, de min of meer eigentijdse, met Cadenza per viola solo uit 1984. Altviool dus. Uiteraard verplicht ik mij hier de namen van de musici te noemen. Welnu, ontzag voor Danna Paternotte (viool), Sussane Rosmolen (cello), Lies Braakman (piano) en Iteke Wijbenga (altviool). Dat zij gezegd!
Daarna honger, altijd heb ik honger, waarom ook niet? Nee, niks trek, hònger! K. moest als de bliksem een lunch voor mij regelen, anders zou ik omvallen. Bovendien vind ik het beleven van cultuur-avontuur ook alleen maar iets wat je doet met en volle maag! Erst das Fressen….. Mendinirestaurant van het Groninger museum werd het, waar we ons lieten verwennen met een overheerlijke antipasti gerecht; wat heeft het leven voor zin zonder met enige regelmaat bedorven te worden?! Nou dan!
Het museum zelf had ons iets interessants te bieden: ‘Azzedine Alaïa in de 21ste eeuw’ en ‘Iconen van het Groningerland’ van kunstschilder Jan Altink (1885-1971).
Alaïa is modedesigner, kledingontwerper zou ik zeggen, want ik hou van mode noch Engels taalgedoe als dat laatste niet echt nodig is. Stuk voor stuk bijzondere creaties voor vrouwen waren er te bewonderen, verdeeld over meerder zalen. Jammer dat ik m’n knipje niet bij me had; had ik een prachtige creatie, een jùrk zogezegd, voor K. kunnen kopen. In theorie ben ik vaak gul van hart.
Van Jan Altink kon ik vooral de kleurrijke expressionistische schilderijen waarderen. Onmatige woeste gevoelens, zich uitend anders dan de kleurloze werkelijkheid voorschrijft, ja, daar hou ik van in de schilderkunst. Sterker nog, ik hou daar überhaupt van! Voor een foto-overzicht van werk der beide exposanten kunt u hier klikken.

Jan Altink: Het witte paard (foto: Groninger museum)
Na al dat hoogstaand gedoe begaven we ons in rap tempo naar Huis “De Beurs” aan de Vismarkt, alwaar we een biertje nuttigden, om vervolgens buiten op de markt nog een zoute haring te laten ‘zwemmen’. Ik kan u verzekeren dat de terugreis naar huis een stuk prettiger verliep dan op de heenweg het geval was……