Featured

 

<WELKOM>

 

Foto: Thom Binksma©

 

ONDERWERPEN VAN ALLERLEI AARD, AL DAN NIET OVER MEZELF, ZULLEN HIER AAN DE ORDE KOMEN

De meest recente logs staan hieronder voor u paraat. De overige logs kunt u bekijken door hoofdstukken onder ‘Categorieën’ aan te klikken of een keuze te maken uit de ‘ballenbak’ van het Archief. Zie de rechterkolom. Ook kunt u doorscrollen tot onderaan de pagina waar u wordt uitgenodigd oudere berichten te lezen.

Wanneer u de letters te klein vindt om fatsoenlijk te kunnen lezen gebruik dan de toetsen Ctrl en + (gelijktijdig indrukken). 

VEEL PLEZIER..!

P.S. De u voorgeschotelde commerciële reclames op deze weblog zijn niet van mij afkomstig. Ik kan er helaas niets aan veranderen. Ignoreer die vuiligheid gewoon; sta erboven!

 

Havelland II

5 t/m 12 mei 2012. Kort vakantieverslagje:

Wij, K. en ik, wij waren amper in Havelland gearriveerd of tootootje had pech. Z’n rechter achterwieltje bleek ziek; defect wiellagertje. Zielig (en gevaarlijk). Voorzichtig naar autoziekenhuis gereden en hè hè weer klaar, zodat we de rest van de week zonder chagrijn konden aanvangen.

Tootootje moest nog een wijle rusten, maar het zou misschien toch sowieso handiger zijn Potsdam, Brandenburgs hoofdstad, te bezoeken met trein. Handig, zo’n stationnetje naast ons hotel. Het is dit jaar het 300ste geboortejaar van de verlichte despoot Frederik de Grote en in Potsdam wordt dat o.a. gevierd met een musical over de Verlichte Rakker. Niet dat we zijn wezen kijken; wij, K. en ik, wij houden niet zo van musicals, maar toch – het was wel even leuk in de stad van Frederik rond te sjouwen en er de mensjes te bekijken…..

 

…..Potsdammer gezinnetje…..        foto: dré

 

Totootje mocht weer rijden: Het stadje Caputh was een volgend doel. Caputh met veerpont (over de Havel) en oud veerhuis waar je heerlijk kon bikkelen. Einstein, op wie ik, zo wordt her en der beweerd, lijk te lijken….. Einsteins houten zomerresidentie is/was daar gevestigd; hij heeft daar een jaar of drie vertoefd alvorens hij voorgoed nazi-Duitsland verliet.

 

Caputh: Zomerverblijf Einstein                        foto: dré

 

De plaats Stendal (deelstaat Saksen-Anhalt) werd ook aangedaan. Marie-Henri Beyle, de bekende Franse schrijver van o.a. ‘Le Rouge et le Noir’ (Het Rood en het Zwart, een roman over een onmogelijke liefde dat ik ooit half heb uitgelezen; u moet weten dat onmogelijke liefdes en het lezen daarover uitermate vermoeiend kunnen zijn), ontleende zijn pseudoniem Stendhal aan Stendal. Hij had namelijk een tijd lang in de stad doorgebracht als soldaat van Napoleon. Het viel me op dat die stad wel wat weg had van Deventer of Kampen. Niet zo vreemd, want Stendal bleek ook een Hanzestad (aan de Elbe) te zijn geweest.

Dan moest er nog een dagje met de trein naar Berlijn. Er was daar een kunstbiennale aan de gang die we, K. en ik, wilden aandoen. Viel geweldig tegen, want: Van uiterst onprofessionele opzet! Het betrof hier voornamelijk tekstmatige ‘kunst’ van links-radicalen uit de inmiddels bekende en nagenoeg neergesabelde occupy-beweging. Nu ben ik zelf ook zo een linkse rakker, maar om nou al die teksten te gaan lezen. Nee, dan toch maar liever de stad in met prachtig weer: Ik ben meer het laffe type van ‘biertje-drinken-op-terras-met-sexy-serveersters’….. Over sight-seeing gesproken: Aan te bevelen valt je door Berlijn te laten rijden met bus 100 en of 200.

 

Een sporadisch concreet kunstwerk op de Berlijnse Biennale       foto: dré

 

Pal gelegen naast de plaats Oraniënburg, iets ten noord-westen van Berlijn, bracht tootootje ons de volgende dag naar de gedenkplek Sachsenhausen. Een voormalig concentratiekamp van de Nazi-beesten, die daar duizenden mensen hebben weten te martelen en vermoorden, waaronder zigeuners, homo’s en invaliden….. Onder de indruk in alle stilte teruggereden naar ons hotel…..

 

 Kamp Sachsenhausen: Onmacht restte…..        foto: dré

 

Transnationale dodenherdenking!

Laat het zo zijn dat er na morgen geen bekrompen nationale dodenherdenking meer wordt gehouden. Iedere oorlogsdode, van welke nationaliteit dan ook, is er één. De tijden zijn veranderd. Wij leven nu op een geheel andere voet met Duitsland dan 67 jaar geleden het geval was. We moeten toch ook betreuren dat er veel Duitse mensen zijn omgekomen in WOII. Kijk alleen al naar de bombardementen op Duitse steden door de geallieerden die gigantisch veel slachtoffers hebben geëist! Slachtoffers die part noch deel hadden aan die vermaledijde oorlog! Waarom zouden we de Duitse slachtoffers van de nazi-staat dan niet ook herdenken in gezamenlijk verband? Wij willen toch geen grenzen meer; wij willen toch een Europese Eénwording? Al was het alleen al om te voorkomen dat Europese staten hun agressie nog eens op elkaar zouden kunnen botvieren? Naar binnengekeerde nationale belangen zouden toch steeds minder een rol moeten gaan spelen…?!

Ik, de glasharde leugenaar!

Ik stormde het nog lege klaslokaal binnen, net iets voor M. uit, vond het daar te veel tochten en gooide achteloos een openstaand raam dicht, veel te hard; glas aan diggelen en M. beweerde dat-ie dat allemaal had gezien. Zei-d-ie, M., tegen de leraar die er naar vroeg. ‘Heb jij dat gedaan Oudman?’ En ik met een staalhard gezicht: ‘Ik weet er niets van meneer!’ De leraar bleef er maar over doorzeuren en ik bleef maar ontkennen. Glashard! Zo zat ik in elkaar; als ik eenmaal iets had beweerd kon ik daar nooit meer op terugkomen vond ik! Klaar!

Die M., die verschrikkelijke klikspaan, heb ik na de les, buiten tijdens de pauze, een geweldige knal voor z’n kop gegeven! Ik zie z’n sneue brilletje nòg kilometers door de lucht vliegen om met een prachtige boog op orgastische wijze uiteen te spatten op de tegels van het schoolplein…..

‘s Avonds de boze vader van M. bij ons thuis op visite met de vraag of ik dat soms gedaan had – dat van die bril. ‘Welnee zei ik, welnee, en mòcht ik het gedaan hebben dan was het zeker niet expres’! Nee hoor, ik wist zogenaamd van niks, en ik wist ook dat ik onmogelijk terug kon komen op deze bewering…..

Echter nu M. volgens diverse berichten dood is begint het toch wel een beetje aan me te knagen…..

 

Stemkunstenaar & dirigent!

Mijn favoriete tv momenten zijn wel de zondagmiddagen bij NTR Podium. Kunst en Cultuur. Welnu, ik was totally flabbergasted door wat ik afgelopen zondagmiddag voorgeschoteld kreeg. Een stemkunstenares en een orkest. Niks aan de hand, maar die vrouw met haar sopraanstem, inmiddels veel gevraagd voor uitvoeringen van modern klassieke muziek, deed tegelijkertijd het orkest, d.w.z. naast zingen en acteren dirigeerde ze! Ik had al eens geschreven over een vioolzanger, maar dit sloeg echt alles! Geweldig! Zó wil ik het hebben! Ik had nooit van haar gehoord; een Canadese zangeres die in Nederland woonachtig is, want ze is getrouwd met de Nederlandse toneelregisseur Gijs de Lange. Over wie heb ik het? Dames en heren, ik heb het over Barbara Hannigan. Zie, bijvoorbeeld, onderstaand filmpje. Luister en huiver!

 

 Hannigan (met zwarte pruik) in ‘Mysteries of the Macabre’ van Ligeti.

 

Het geheime leven der dingen

Stillevens, ja natuurlijk roepen die een bepaalde sfeer op door lichtinval en stilte, maar als je er eentje heb gezien heb je ze toch allemaal gezien, nietwaar? Vaak zijn het uiterst realistische voorstellingen, geschilderde voorstellingen, van bestoft flesje met daarop een half vergaan etiket, fruit, eieren, diverse groentes, en o ja, hier en daar nog een uitgedroogd kurkje en of een oud stukje gereedschap. Ambacht, totale schilderambacht! Ik vind dat prima, maar ik kom niet voor ambacht; ik kom voor kunst! Nu ja, zo zwart-wit wil het hier nou ook weer niet stellen, maar toch…..

Zo ook de huidige tentoonstelling in De Noordelijke Kunsthof alhier. Stillevens van Leon Tebbe aan de wand. Nu zijn bij Tebbe weliswaar geen superrealistische stillevenvoorwerpen in klassieke zin te bespeuren; je ziet voorwerpen van enigszins andere aard dan boven beschreven, maar stillevens blijven het, weliswaar veelal met sfeervolle uitstraling van stilte en driemensionaliteit, maar toch was ik, zoals ik boven al aangaf, snel uitgekeken. Eén stillevenschilderij was voor mij voldoende geweest….

Maar laat u zich niet weerhouden even te gaan kijken: Kunnen we er nog eens over praten. Overigens, beeldhouwkunst is er ook nog te bezichtigen. Sculpturen van Jan Bouwsema, Klaas Kuipers en Margriet Meijer.

De expositie ‘Het geheime leven der dingen‘ is nog tot en met 6 mei a.s. te bezichtigen.

 

Stilleven van Leon Tebbe

 

Selectieve politiek

Nu Suriname een amnestiewet aangaande de beruchte decembermoorden heeft ingevoerd onstaat er her en der terecht een zekere verontwaardiging. Ook bij mij, want ik vind dat bewuste moorden dienen te vallen onder het hoofdstuk ‘oorlogsmisdaden’, en die mogen nooit en te nimmer verjaren, laat staan dat de moordenaars vanwege een speciale amnestiewet op voorhand vrij kunnen komen. Kan niet en mag niet! Maar….. die wet is wel democratisch tot stand gekomen; het Surinaamse parlement heeft hier in meerderheid gesproken. We zullen dat, met tegenzin, moeten accepteren.

Hier te lande heerst aangaande dit onderwerp ook hoogste verontwaardiging in regeringskringen. Terecht, maar….. hoe zit dat dan met de politionele acties die wij in het voormalig Nederlands-Indië hebben bedreven? Wij hebben daar, uitgezonderd natuurlijk ene Poncke Princen, moordend huisgehouden! U weet dat, ik weet dat. Gaat het hier dan niet om oorlogsmisdaden? Heeft ons parlement, onze democratie, hier nu juist iets laten liggen: zijn de aanstichters van die gruwelijke koloniale actie ooit op het matje geroepen en als oorlogsmisdadiger bestraft? Nee hè? Wij laten dat maar stiekem zo en dus hebben wij geen amnestiewet nodig, want niemand behoeft amnestie in deze koloniale zaak van onderdrukking en moord, omdat er nooit ook maar iemand is veroordeeld, terwijl toch in ieder geval de Nederlandse staat inclusief de gehele toenmalige legertop verantwoording had moeten afleggen?!! Nee, selectieve verontwaardiging, daar zijn wij erg goed in!

 

Andere wereld?

Hoe vaak heb ik niet het verlangen in een andere wereld te vertoeven, letterlijk; weg van de reële wereld van het triviale alledaagse waar nooit ook maar een greintje transcendentie te bespeuren valt; een wereld waar het slechts gaat om kapitalistisch geld en politieke macht. Dat verlangen op zich is uiteraard niet zo’n probleem, maar hoe realiséér je die wens van een wereld waar je de absolute controle hebt over je eigen leven, waar de macht volledig aan jou is, en waar je niet afhankelijk bent van derden om te kunnen leven….?

Gisteravond werd de dansvoorstelling ‘Cinematic‘ van Noord Nederlandse Dans (NND) in theater De Molenberg te Delfzijl uitgevoerd: ‘Een moderne dansproductie waar het experiment niet werd geschuwd. Cinematic speelt zich af op een filmset. Dansers laten zich filmen en zijn voortdurend in beeld. Ze lijken te verlangen naar een andere wereld, een wereld waarin zij de hoofdrol spelen.’

De begeleidende house-achtige elektronische muziek verdoofde me enigszins. Het werd me, als publiek, juist daardoor gemakkelijker gemaakt zonder afleiding op te kunnen gaan in de dansvoorstelling. Die muziek bepaalde een uur lang sterk energetische dans. De dansers wisten niet in welke, meestal ook nog eens synchroon gedanste, bochten ze zich moesten wringen om maar de aandacht van de op hun gerichte filmcamera’s te kunnen vangen. Ik constateerde hoe camera’s en licht zich lieten meeslepen in het spel dat er gespeeld werd; die attributen ‘dansten’ op hun manier mee over het toneel.

Welhaast uitsloverige, herhalende rituelen, waren er te constateren, maar wel met flink wat vaart erin en afwisselingen van solo-, duo- en triodans. Aan het einde van de voorstelling (die voorbij vloog!) werden er naar mijn interpretatie nog beelden getoond van de zogenaamde camera-opnames. Tamelijk onaffe en schokkerige beelden van ledematen, waardoor ik de indruk kreeg dat het de dansers ondanks hun niet aflatende pogingen toch niet volledig was gelukt de hun gewenste andere wereld te betreden. Nu ja, misschien is dat maar goed ook….. Dit alles in de choreografie van Stephen Shropshire. Voor verdere indrukken zijn hier nog You Tube beelden.

En of het mij bij leven nog zal gelukken volledig in een mij aanlokkelijke wereld op te gaan….?  Nu ja, met enige regelmaat dagdroom ik wel eens over m’n paradijs. Dansen is dan niet echt nodig, hoewel ik me bewust ben dat leven juist dansen is en, omgekeerd, dansen leven…..

 

M’n eigen leeftempo!

Ik, fietsend, roep tegen de man die mij inhaalt en snel verder fietst: ‘Ga mij voor, wijs me de weg en ik zal je volgen’. De beste man, hij draagt een lange crème-kleurige regenjas, die joviaal achter hem aan fladdert, natuurlijk vanwege des mans snelle fietsen. ‘Niet zo hard’, gil ik, niet zo hard, ik kan je zo niet volgen!’ Maar de man blijft maar doorpezen en al gauw verdwijnt-ie uit m’n zicht. Een zekere radeloosheid weet zich daarna aan mij op te dringen en ik word wakker…..

Dames en heren, ik kreeg op een gegeven moment in de gaten dat ik het razende tempo die deze wereld er op na houdt niet meer kan bijbenen. Die bewustwording liet mij daar in eerste instantie tamelijk paniekerig op reageren, maar heden ten dage ben ik er volkomen klaar mee, want ik heb, al een tijd terug, besloten dat die razende wereld niet langer mijn wereld is….! Wat je je kunt afvragen is waarom ik er dan nog van droom. Zal met het verwerken ervan te maken hebben.

Overigens, wat die regenjas ermee te maken had….?

 

Twee eenakters te Helwerd

Toneelgroep Helwerd heeft dit voorjaar een vijftal voorstellingen van twee schitterende eenakters op het programma staan, waarvan afgelopen vrijdagavond 23 maart de première werd gespeeld.

Zo was daar ‘Pepermunt‘ van Arie de Rooij:
Een man en een vrouw komen elkaar tijdens de lunchpauze tegen op een bankje in een park. Zij eet een boterham en hij leest een boek, maar al gauw raken ze met elkaar in gesprek. Over zichzelf, over elkaar; over het leven. Mooie teksten met hier en daar poëtische elementen. Maar ook is er het nodige ongenoegen bij de twee te bespeuren…..

Na de pauze het stuk ‘Bejegen mij heus‘ van Jos Ahlers:
In een museum voor moderne kunst bewaken twee suppoosten een belangrijk beeldhouwwerk. Ze vullen hun dagen met absurde gesprekken, waarbij ze elkaar hun ‘geheimen’ proberen te ontfutselen, hetgeen hier en daar heerlijke hilariteit oplevert…..

Spel: Lies Determan en Ger Westra die, met de vereiste spanning, uitstekend op elkaar waren ingespeeld, hetgeen na afloop door het publiek dan ook terecht met een staande ovatie werd beloond.

Plek: Bernleftheater
Publiek: ca. 70
Regie: Albert van Ham

 

P.S. Laatste drie voorstellingen moesten door omstandigheden worden afgelast!

Eén van de dappere wensen van Lies Determan was nog een keer op het podium te kunnen staan. De twee eenakters had ze daarvoor zelf ingebracht. Helaas heeft ze maar twee van de vijf geplande voorstellingen kunnen spelen….. Lies is als gevolg van een vreselijk slopende ziekte donderdag 19 april jl. op 54-jarige leeftijd overleden.

 

Avontuurlijke Dag

Zaterdagmorgen 10 maart jl. zo rond half elf stapten K. en ik in de bus voor een avontuurlijke dag, te beleven in de grote stad, Groningen. Voor mij is half elf in de morgen verschrikkelijk vroeg, want ik weiger normaal gesproken vóór tienen op te staan om daarna nog een uurtje te moeten bijkomen, recht te trekken, met koffie, véél koffie, lullig broodje jam en, vooral, géén geleuter aan m’n kop. U ziet, ik ben en onmogelijk kereltje, hetgeen ik graag zo wil houden; onmogelijke kereltjes schoppen het maar al te vaak zeer ver in deze wereld. Hoe dan ook, u begrijpt dat die ultravroege heenreis naar de stad een martelgang voor mij was…..

Een martelgang, ook al omdat ik, eenmaal op de plek van onze eerste bestemming aangekomen, werd geconfronteerd met keiharde Jazzmuziek. Op zich goed, gaat het niet om, maar verpest muziek nooit en te nimmer door haar zo vroeg al te versterken middels enorme luidsprekers! Gelukkig was er wel koffie. We bevonden ons in de ‘kelder’ van het muziekconservatorium, maar gelukkig heeft zo’n gebouw méér vertrekken waar je kan vertoeven. Vandaar dat we ons al al snel nestelden in de grote gehoorzaal, om op tijd te zijn voor een ontmoeting met  Mozart, Chausson en Penderecki. Jawel! Mozart, de laat-barokke, met Divertimento in Bes, KV 254 voor viool, cello en piano. Chausson, de romanticus, met Pianotrio in g-klein, op. 3, eveneens voor genoemde instrumenten, en tot slot, Penderecki, de min of meer eigentijdse, met Cadenza per viola solo uit 1984. Altviool dus. Uiteraard verplicht ik mij hier de namen van de musici te noemen. Welnu, ontzag voor Danna Paternotte (viool), Sussane Rosmolen (cello), Lies Braakman (piano) en Iteke Wijbenga (altviool). Dat zij gezegd!

Daarna honger, altijd heb ik honger, waarom ook niet? Nee, niks trek, hònger! K. moest als de bliksem een lunch voor mij regelen, anders zou ik omvallen. Bovendien vind ik het beleven van cultuur-avontuur ook alleen maar iets wat je doet met en volle maag! Erst das Fressen….. Mendinirestaurant van het Groninger museum werd het, waar we ons lieten verwennen met een overheerlijke antipasti gerecht; wat heeft het leven voor zin zonder met enige regelmaat bedorven te worden?! Nou dan!

Het museum zelf had ons iets interessants te bieden: ‘Azzedine Alaïa in de 21ste eeuw’ en ‘Iconen van het Groningerland’ van kunstschilder Jan Altink (1885-1971).
Alaïa is modedesigner, kledingontwerper zou ik zeggen, want ik hou van mode noch Engels taalgedoe als dat laatste niet echt nodig is. Stuk voor stuk bijzondere creaties voor vrouwen waren er te bewonderen, verdeeld over meerder zalen. Jammer dat ik m’n knipje niet bij me had; had ik een prachtige creatie, een jùrk zogezegd, voor K. kunnen kopen. In theorie ben ik vaak gul van hart.
Van Jan Altink kon ik vooral de kleurrijke expressionistische schilderijen waarderen. Onmatige woeste gevoelens, zich uitend anders dan de kleurloze werkelijkheid voorschrijft, ja, daar hou ik van in de schilderkunst. Sterker nog, ik hou daar überhaupt van! Voor een foto-overzicht van werk der beide exposanten kunt u hier klikken.

 

  Jan Altink: Het witte paard               (foto: Groninger museum)

 

Na al dat hoogstaand gedoe begaven we ons in rap tempo naar Huis “De Beurs” aan de Vismarkt, alwaar we een biertje nuttigden, om vervolgens buiten op de markt nog een zoute haring te laten ‘zwemmen’. Ik kan u verzekeren dat de terugreis naar huis een stuk prettiger verliep dan op de heenweg het geval was……

 

Reinhard Wolff

Ineens was-ie daar, het boekje. K. had het opgedoken uit een la. Een kennelijk tot dusver nog niet volledig geëxploreerde la bij ons thuis. Zij wist ook niet hoe het daar was terechtgekomen, dat ineense boekje met de titel ‘Werkwoorden’. Een – niet al te dik, zeg maar gewoon dun- boekje met luchtige gedichten, die zelfs ik kan snappen (als ik dat zou willen). Ene Reinhard Wolff is de schrijver ervan. Had nooit van hem gehoord, maar hij schijnt naast z’n bestaan als psycholoog en coach veel met taal te hebben, zo heb ik nu begrepen. Z’n cliënten en collega’s hebben hem geïnspireerd tot het schrijven van gedichten, ‘heldengedichten’. Gedichten over ‘helden’ die hij binnen z’n werkkring heeft ontmoet, vandaar de titel. Alledaagse helden verwerkt in alledaagse gedichten. Achter op het boekje staat genoteerd: ‘Echte helden zie je zelden. Ze vallen niet op omdat hun verhaal tussen de regels van het dagelijkse leven geschreven staat’. Grappig is vooral ook hoe hij zich bezig houdt met hoe wij Nederlandstaligen met de Duitse taal omgaan. Wij die niet te beroerd zijn uiterst creatief om te gaan met de Duitse taal, hetgeen een schat van steenkolenduits oplevert. Wat denkt u van kreten als: ‘Lass mal sitzen’ of ‘Es komt wohl gut’. Ik heb er zelf ook nog eentje aan toe te voegen: ‘Kiefenfocher’ voor kippenfokker….. Lachen geblazen! Zie hier!

 


 

Onder het melkwoud

In het jaar 1999 waren we de spelers van STUDIO noordholland in Amsterdam ‘tegen het lijf’ gelopen en hebben hun spel toen al zeer op waarde weten te schatten. We waren daar als uitverkorenen voor deelname aan het amateurtoneelfestival. Zij met, naar ik mij meen te herinneren, bewerkte fragmenten van ene Shakespeare en wij met Bouke Oldenhofs ‘Rolbrug‘. Toen we een paar jaartjes later ook nog eens ‘Drie Gezusters‘ van Tsjechov van ze zagen, waren we helemaal verkocht. Welnu, afgelopen zondagmiddag 4 maart (nu pas schrijf ik er over, want ik heb het heel erg druk met het opnieuw redigeren van al m’n logjes) was datzelfde STUDIO noordholland uitgenodigd in het Prinsentheater te Groningen om ‘Onder het melkwoud‘ van Dylan Thomas te komen spelen. Dit ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van dat theater. Daar moesten wij dus op af!

Het stuk met de oorspronkelijke titel ‘Under Milkwood‘ dat in 1952 ooit werd uitgebracht als hoorspel is op uiterst innemende wijze vertaald door Hugo Claus. Een hoorspel dus, ‘een stemmenspel over grote verlangens en kleine levens in een mooi gelegen stadje in Wales’. Een nacht en een dag: Taferelen, dromerig poëtisch van karakter maar menigmaal ging het er ook tamelijk heftig aan toe. De spelers hadden beurtelings de rol van verteller en ‘uitbeelder’ op zich genomen, waarbij het toneelvlak met z’n eenvoudig decor, voorstellende een gehesen mast van een zeilboot, in breedte en diepte op voorbeeldige wijze werd benut.

Ondanks de vele bloemrijke teksten die het publiek kreeg te verstouwen (je moet wel van taal houden!) heb ik me door de verschillende sfeeroverbrengingen, waarmee de karakteristieke personages in de wereld van het Melkwoud bij mij tot leven werden gebracht, heerlijk kunnen laten meeslepen. Verhaal na verhaal na verhaal, met enige regelmaat afgewisseld met liedjes, waarbij ik erg moest oppassen niet in slaap te worden ‘gewiegd’. Die slaapneigingen kwamen niet voort uit verveling, zéker niet; eerder was er bij mij het gevoel van zekere geborgenheid; je vertoefde in het stadje, je wàs er, maar op afstand, zodat je lekker niets kon gebeuren….. De regie kwam van Jos van Dijk.

Overigens, mijn gedachten aangaande Thomas’ stuk gingen ook een beetje uit naar het sfeervolle boek ‘Bij het vallen van de duisternis‘ van de Duitse schrijver Friedo Lampe, waarover ik op m’n Weblog ooit heb bericht.

 

STUDIO noordholland met ‘Onder het melkwoud’.

 

Wie mag boete betalen?

Stel ik ben iemand die uiterst asociaal tegenover de huidige wan-maatschappij van kapitalisme staat. Stèl! Welnu, een wan-maatschappij verdient wanbetaling! Wanneer ik dan ook een boete krijg betaal ik die uit pure onverschilligheid niet. Bovendien, waarom zou ik? Als ik -per ongeluk- aangehouden wordt en de politie komt erachter dat ik nog een paar duizend eurootjes aan boetes dien te betalen en ik me – uiteraard – ook niet kan of zal legitimeren, laat ik me voor een aantal dagen of langer opsluiten om zo van die boetes af te kunnen komen, zodat de belastingbetaler (gevangeniskosten) er uiteindelijk voor opdraait.

Nee dames en heren, ik heb wel degelijk iets van een pesterig anti-kapitalistisch asociaaltje in me, geef ik toe, maar zoals boven is beschreven moet het niet! Hoe dan wel? Boetes horen niet subsidiair te worden opgelegd (bijv. 100 euro boete òf  twee dagen zitten, ik noem maar wat). Wanneer ik m’n boete(s) niet betaal en blijf weigeren dit eventueel alsnog wel te doen, heb ik niets te kiezen en zal een gedeelte van m’n bezittingen bij opbod moeten worden verkocht om met de opbrengst daarvan de boete (plus kosten!) in te lossen. Klaar, opgelost, niks gevangenis, niks belastingbetaler!  En als ik dan niet over bezittingen beschik? Ja, dan wordt het iets anders, maar de boete-inner moet altijd éérst proberen te plukken. Mocht plukken niet lukken, dan pas gevangenisstraf! Simpel doch eenvoudig!!

Maar ik wil wèl naar een eerlijker boetesysteem waarbij de hoogte van de boete bepaald wordt naar inkomen!

Nu schijnt, naar ik heb vernomen, mijn verhaal niet helemaal te kloppen, want boetes expliciet voor verkeersovertredingen die je weigert te betalen dien je na je opsluiting (men noemt dat ook wel gijzeling) alsnòg te betalen. Maar ik vraag me af of dat in de praktijk wel wordt toegepast.

 

Gerriet & Ida

Joost Zwagerman zegt het al met z’n boek over kunst, getiteld ‘Alles is gekleurd‘. Zwart-wit mag ook, oké, maar zeker ook kleur, ik hou van kleur in de schilderkunst, ik hou van abstract-expressionisme; ik hou van verbeelden. Verbeelden, om weg te dromen. In het schilderij een eigen wereld creëren; het schilderij moet van mij worden….!

Welnu, dat creëren lukt me uitstekend bij de abstracte schilderijen van Gerriet Postma en z’n vrouw Ida Bosma. Hun werk, waar de kleuren vanaf spetteren, is momenteel tentoongesteld in zowel De Noordelijke Kunsthof als in Galerie Kés Art hier in Appingedam.

Grappig – als kijker creatief worden middels kunst. Ik zou er eventueel heimelijk nog verf aan willen toevoegen om de schilderijen op mijn manier af te maken. Een schilderij is pas echt af dames en heren als de kijker er hoe dan ook op gereageerd heeft, zo luidt mijn stelling: Goede kunst vráágt om kunst!

De schilderijen van Ida Postma zijn, zo heb ik geconstateerd, toch hier en daar minder abstract van karakter; ik ontwaar bij haar met enige regelmaat bloemmotieven.

 

Een Ida Bosma (Giardino II)

 

Gerriet kon heel extreem te keer gaan met verf, met kleur. Zo vond hij ook dat objecten zoals auto’s en of zeilboten best wel wat extra kleur konden gebruiken. Geen wonder, want zoals hij over zichzelf opmerkte:

 

Ik leef zo als ik schilder

schilder zo als ik leef

ik ben alleen maar verf

 

 Postma vond niets te veel…..                                 (foto: dré)

De tentoonstelling ‘VERF’ is nog te zien t/m 18 maart a.s.

 

Kluchtigheden

Afgelopen donderdagavond theater De Molenberg te Delfzijl bezocht om daar Edwards Albee’s ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf‘ te gaan zien. Het spel, een klassieker, met Linda van Dyck, Victor Löw, Eva van de Wijdeven en Mohammed Azaay, werd in razend tempo gespeeld (weinig geschrapt: duur totaal 110 minuten). Heerlijk om naar te kijken, echter de verstaanbaarheid liet hier en daar nog wel te wensen over vanwege de rapheid van het spel. Werd ik een beetje door afgeleid. Aan de andere kant – het stuk is toch niets anders dan een – waanzinnig goede – klucht, een klucht over leegheid en drankgebruik. Over mensen uit het academische milieu die elkaar totaal afmaken. Laat maar over je heen komen; als je dan een paar zinnetjes mist, nou ja, het zij zo. Mooi spel, onnavolgbaar! Mooie avond! Regie: Paula Bangels.

 

Tijdens het spel van ‘Who’s afraid….’                (foto: Ben van Duin)

 

Afgelopen zaterdagavond in het Bernleftheater een volledig anderssoortige klucht gezien. Flauwecult speelde: ‘Daar gaat de bruid’, een totaal kluchtige klucht van Ray Cooney. Inhoud (korte uittreksel uit bijbehorende flyer): Het is de trouwdag van de dochter van Timothy Westerby. Vaders kan zijn werk maar moeilijk uit het hoofd zetten en blijft zelfs nog op die trouwdag geobsedeerd bezig met de de campagne voor zogenaamde Perkins beha’s. Een mysterieus meisje verschijnt ten tonele en gooit de nodige roet in het eten, waarna vader Thimothy volledig z’n hoofd op uiterst kluchtmatige wijze op hol laat brengen….. zou het die dag nog wat worden met het huwelijk….?

Ik kan zeggen dat ik me uitstekend heb vermaakt tijdens het slapstick-achtige spel, waarbij de dingen door het hanteren van goede timing (toch wel hèt trefwoord aangaande kluchten) goed en verrassend op hun plaats vielen. Regie: Stef Agsteribbe.

Gespeeld wordt er nog op 1,2 & 3 maart a.s. in het Der Aa-Theater te Groningen.

 

De ‘directe omgeving’ van vader Thimothy druk in overleg over de verwarrende situatie die is ontstaan na komst van het mysteriemeisje.           (foto: dré)

 

Sharia-geleerde

Ik heb me even nukkig gesepareerd van de hectiese wereld waarin we alsmaar moeten voortmodderen. Teruggetrokken op een kamertje van twee bij twee dat voorzien is van tafel, stoel en venster met uitzicht op een voorwereldlijk landschap. Pen en papier voorhanden om koortsachtig te gaan schrijven…..

Ik ben inmiddels klaarwakker, maar ik vind dat ik door moet gaan met wat ik in m’n droom van plan was: Notitie maken van en over m’n ongenoegen met wat er even kortstondig met ‘t Neerlandje aan de hand was:

Een aantal Tweede Kamerleden meende zich te moeten bemoeien met de komst naar ‘t Neerlandje van de, weliswaar omstreden, Britse sharia-geleerde Haitham al-Haddad. Ze wilden die komst tegenhouden door de man de toegang te ontzeggen, omdat-ie, de islamiet, een bepaalde mening was toegedaan. Een ongezonde mening die o.a. antisemities van karakter zou zijn. Voorts is zijn door godsdienst ingegeven mening aangaande vrouwen ook niet iets wat wij gewend zijn……

Welnu dames en heren, ik heb het er al eerder over gehad – ‘t Neerlandje is een vrij land waar een ieder welkom is, ongeacht de mening die hij of zij is toegedaan. Er is hier, naar ik meende te hebben begrepen, vrijheid van meningsuiting en dat betekent dat je mag zeggen wat je wilt, en als individuen en of groeperingen zich beledigd en of gekwetst voelen door een bepaalde uitlating dan bestaat er hier altijd nog een fatsoenlijk rechtssysteem waar je te allen tijde beroep op kan doen.

Nu zou ik u (wederom) willen adviseren eventuele beledigingen, al of niet aan u persoonlijk gericht, geen enkele kans te geven onder het motte ‘nicht ergern nur wundern’. Dat zou in de praktijk kunnen inhouden dat je beledigende woorden als waterdruppels van je af laat glijden, dat je beledigingen domweg geen toegang verschaft.

Uiteindelijk kon de imam toch, terecht, de toegang niet worden ontzegd. Hij kwam dan ook even langs om hier aan een tamelijk warrige disussie deel te nemen, enig ongenoegen te zaaien om vervolgens weer te verdwijnen. Dat was alles, maar discussies moeten altijd mogelijk zijn en blijven, hoe ze ook mogen verlopen! Oost en West moeten blijven praten, zo vaak als maar mogelijk is, waarbij ook de extreem-fundamentalisten niet ontzien mogen worden.

 

Brand!!

Ik woon samen met M. even weer op m’n vorige stek, het boerderijtje ergens in the middle of nowhere. Ik wil een emmer vol met nog gloeiend hete asresten in het daarvoor bestemde vat legen. Er staan meerdere vaten achter de schuur tegen de muur, en nu wil het ongeluk dat ik die hete resten onnadenkend in het benzinevat kieper. WHAM! Gigantische steekvlam; zo ongeveer de wenbrauwen eraf. Ik raak in paniek, denkend dat de hele schuur eraan zal gaan, en, laf als ik ben, maak ik me als een haas uit de voeten. Het volgende moment loop ik in de stad, twintig kilometer verderop, waar ik de hele dag als een haas, pardon, als een kip zonder kop rondloop, alsmaar denkend aan de brand die niet slechts de schuur maar ook ons huis in een complete ruïne zal omtoveren. Ik kom dan ineens M. tegen en vertel hem het verhaal over m’n stommiteit. Nu allebei in paniek. Samen snel naar huis om te kijken hoe het is afgelopen: Niks aan de had! Wel ziet het uitgebrande benzinevat er zwart geblakerd uit, met op de bodem nog het as dat ik erin had gekiept……

Van opgewonden opluchting schrok ik wakker, onmiddellijk denkend aan het gesprek dat ik korte tijd terug had met iemand die mij vroeg of ik niet eens wraak moest nemen op die huurbaas van toen……

 

Spaanse Ruiters

“Het zal spannend zijn en je zult zeker weten dat het verkeerd afloopt, maar je zult zien dat de liefde overwint, want dat gebeurt soms en zeker in verhalen”.

Een stukje tekst uit een zee van teksten van ‘Spaanse Ruiters‘, een toneelspel van Koos Terpstra, gespeeld door Theatergroep Raamwerk uit Groningen. Twee vrouwen van toch al middelbare leeftijd huren een mooie jonge vrouw in om de man van hun vriendin te gaan verleiden, uit wraak, omdat die man hun vriendin op een wijze heeft behandeld dat ze zowel geestelijk als lichamelijk niet meer goed kan functioneren. De jonge verleidelijke vrouw aanvaardt haar ‘opdracht’ en laat zich daar goed voor betalen. De man trapt erin en wordt verliefd op haar. Maar onderlinge jaloezie tussen de twee vrouwen, de opdrachtgeefsters, begint nu ook de kop op te steken en er ontstaan, kortweg gezegd, allerlei intrigerende situaties.

Zal het de twee vrouwen lukken hun opzet uit te laten komen? Hoe loopt het uiteindelijk met de man en de verleidster af? Welke kant gaat het op? Dat de liefde uiteidelijk zal overwinnen, zoals bedoeld in de aanhef boven, is nog maar de vraag. In ieder geval een verrassend slot!

Ik kan zeggen dat ik geboeid bleef kijken naar de 90 minuten durende voorstelling, hoewel ik er wel eventjes in moest komen; het was me, vanwege de vele teksten, niet meteen duidelijk waar het over ging. Daar moest ik echt even m’n best voor doen, maar ik denk dat ik het allemaal wel meegekregen heb, ondanks het feit dat hier en daar de teksten moeilijk te verstaan waren. Decor en belichting gaven veel extra’s aan het spel. Mooi gespeeld, mooi geregisseerd. Aanrader!

Wanneer: Zaterdagavond, 11 februari jl.; Plek: Bernleftheater; Regie: Hanneke van der Molen.

 

……Het grote verleiden is begonnen……

 

Een beetje vreemd

Vanmorgen hoorde ik iemand op de radio zeggen dat je toch wel een beetje vreemd bent wanneer je op een broodje, waar reeds een plakje kaas op ligt, óók nog eens een schep jam uitsmeert.

Vanmorgen hoorde ik diezelfde iemand op diezelfde radio zeggen dat je toch wel een beetje vreemd bent wanneer je de godganse dag hardop tegen jezelf zit te praten.

Nu ja, dan ben ik maar een beetje vreemd…..

 

Wederom voorzienige gedachte

Op de dijk van het Eemskanaal bij Woltersum zat ik lui te wachten op de komst van het omgebouwde binnenvaartschip van het Theater te Water. Ter plekke zou daar in het ruif een voorstelling worden gegeven van het stuk ’Echte Kerels’ van ene John Millington Synge. Ik had me al vroeg op de dijk genesteld omdat je niet van te voren een kaartje kon reserveren. Gaf niks; ik had een mooi uitzicht over het kanaal en had aandacht voor de hekgolven veroorzaakt door langsvarende schepen. De golven sloegen stuk tegen de dijk en ik herinner me nog dat ik toen dacht wat er zou gebeuren als zo’n dijk het niet zou houden; achter mij het veel lager gelegen land met het dorpje Woltersum. Alles lekker in de zon. Bij een doorbraak zou alles onder water komen te staan! Het zal voorjaar geweest zijn, zo rond het jaar 1994, precies op de plek waar vorige week de dijk het bijna had begeven; het water sijpelde reeds, vanwege extreem hoog water, door de boterzachte, met water doordrenkte dijk, met als gevolg dat Woltersum geëvacueerd moest worden!

Gelukkig is het met Woltersum en omstreken uiteindelijk allemaal goed afgelopen; de dijk heeft het gehouden, maar ik had ook al eens op een andere plek een enge gedachte die een aantal jaren later een verschrikkelijke werkelijkheid werd.

Overigens had ik over de beroemde (beruchte) Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong ooit een voorspellende droom!

 

..... exact dezelfde plek!!.......

 

Verstandige mensen…..

Ik ben faliekant tegen vuurwerk, want het afsteken daarvan belemmert me, vanwege letselgevaar, in m’n bewegingsvrijheid! En lawaai maken is natuurlijk ook niet meer van deze tijd, althans hoort dat niet te zijn. Ik heb dan ook een antivuurwerk-petitie getekend, keurig met vermelding van naam en woonplaats. En nu maar hopen dat het bezit van alle consumentenvuurwerk in de zeer nabije toekomst illegaal zal worden verklaard. Na het tekenen liet ik, bevredigd als ik was na deze daad, prompt een paar boertjes en scheetjes. Opgemonterd was ik, na een uiterst zware Oud- en Nieuwnacht…..

Maar naarmate de tijd na mijn ondertekenen verstreek begon de twijfel meer en meer toe te slaan: Zou in geval van illegaliteitverklaring van, nu nog legaal, vuurwerk de hele handel erin niet ondergronds gaan, naar voorbeeld van het nu al illegale vuurwerk?! En heb ik niet immer beweerd dat het verbieden van dingen, het betuttelen, geen goede zaak is, niet alleen vanwege dat betuttelen, maar ook omdat je daarmee vaak het tegenovergestelde bereikt? Een uitzondering hierop is het door de overheid ingestelde rookverbod. Dat komt zo: Handel in illegale dingen is geweldig lucratief, en het rookverbod, nu ja, daar is niets lucratiefs aan, dat weet u ook.

Wat moet ik nou? Mijn ondertekening kan ik (geloof ik) niet meer terugdraaien en ik zal moeten gaan geloven in wat eigenlijk niet te geloven is: Dat de mens verstandig wordt en geen vuurwerk meer zal afsteken, maar daar moet ik dan weer bij aantekenen dat ik een verschrikkelijke hekel heb aan verstandige mensen…..

 

Twee kastanjes

De man raakte met mij aan de praat over zijn ziekte, z’n verleden ziekte; opgezwollen gewrichten vol met pijn. Zo ook z’n handen. Een man met, niet zoals ik, twee rechterhanden, waar-d-ie alles mee kon. Een ambachtsman kan niet echt zonder handen. Na doktoren en ziekenhuizen, zo vertelde de man verder, ten einde raad het advies opgevolgd van iemand die iets had beweerd over kastanjes, bruinglanzende kastanjes. Twee, voor in iedere broekzak één. Daar moest-ie maar een tijdje mee blijven rondlopen werd hem gezegd. En warempel, naar hij beweerde, de pijn verdween!! Bij ons afscheid gaf hij mij een stevige hand. Hij kan in ieder geval één hand weer zonder beperking gebruiken, zo merkte ik…..