Sharia-geleerde

Ik heb me even nukkig gesepareerd van de hectiese wereld waarin we alsmaar moeten voortmodderen. Teruggetrokken op een kamertje van twee bij twee dat voorzien is van tafel, stoel en venster met uitzicht op een voorwereldlijk landschap. Pen en papier voorhanden om koortsachtig te gaan schrijven…..

Ik ben inmiddels klaarwakker, maar ik vind dat ik door moet gaan met wat ik in m’n droom van plan was: Notitie maken van en over m’n ongenoegen met wat er even kortstondig met ‘t Neerlandje aan de hand was:

Een aantal Tweede Kamerleden meende zich te moeten bemoeien met de komst naar ‘t Neerlandje van de, weliswaar omstreden, Britse sharia-geleerde Haitham al-Haddad. Ze wilden die komst tegenhouden door de man de toegang te ontzeggen, omdat-ie, de islamiet, een bepaalde mening was toegedaan. Een ongezonde mening die o.a. antisemities van karakter zou zijn. Voorts is zijn door godsdienst ingegeven mening aangaande vrouwen ook niet iets wat wij gewend zijn……

Welnu dames en heren, ik heb het er al eerder over gehad – ‘t Neerlandje is een vrij land waar een ieder welkom is, ongeacht de mening die hij of zij is toegedaan. Er is hier, naar ik meende te hebben begrepen, vrijheid van meningsuiting en dat betekent dat je mag zeggen wat je wilt, en als individuen en of groeperingen zich beledigd en of gekwetst voelen door een bepaalde uitlating dan bestaat er hier altijd nog een fatsoenlijk rechtssysteem waar je te allen tijde beroep op kan doen.

Nu zou ik u (wederom) willen adviseren eventuele beledigingen, al of niet aan u persoonlijk gericht, geen enkele kans te geven onder het motte ‘nicht ergern nur wundern’. Dat zou in de praktijk kunnen inhouden dat je beledigende woorden als waterdruppels van je af laat glijden, dat je beledigingen domweg geen toegang verschaft.

Uiteindelijk kon de imam toch, terecht, de toegang niet worden ontzegd. Hij kwam dan ook even langs om hier aan een tamelijk warrige disussie deel te nemen, enig ongenoegen te zaaien om vervolgens weer te verdwijnen. Dat was alles, maar discussies moeten altijd mogelijk zijn en blijven, hoe ze ook mogen verlopen! Oost en West moeten blijven praten, zo vaak als maar mogelijk is, waarbij ook de extreem-fundamentalisten niet ontzien mogen worden.

 

Brand!!

Ik woon samen met M. even weer op m’n vorige stek, het boerderijtje ergens in the middle of nowhere. Ik wil een emmer vol met nog gloeiend hete asresten in het daarvoor bestemde vat legen. Er staan meerdere vaten achter de schuur tegen de muur, en nu wil het ongeluk dat ik die hete resten onnadenkend in het benzinevat kieper. WHAM! Gigantische steekvlam; zo ongeveer de wenbrauwen eraf. Ik raak in paniek, denkend dat de hele schuur eraan zal gaan, en, laf als ik ben, maak ik me als een haas uit de voeten. Het volgende moment loop ik in de stad, twintig kilometer verderop, waar ik de hele dag als een haas, pardon, als een kip zonder kop rondloop, alsmaar denkend aan de brand die niet slechts de schuur maar ook ons huis in een complete ruïne zal omtoveren. Ik kom dan ineens M. tegen en vertel hem het verhaal over m’n stommiteit. Nu allebei in paniek. Samen snel naar huis om te kijken hoe het is afgelopen: Niks aan de had! Wel ziet het uitgebrande benzinevat er zwart geblakerd uit, met op de bodem nog het as dat ik erin had gekiept……

Van opgewonden opluchting schrok ik wakker, onmiddellijk denkend aan het gesprek dat ik korte tijd terug had met iemand die mij vroeg of ik niet eens wraak moest nemen op die huurbaas van toen……

 

Op vakantie

Ik ben laat – ik moet opschieten – tas, jas en rennend naar het station, waar om 17 minuten over drie de trein zal vertrekken – de trein naar Amsterdam – problemen om er te komen; druk verkeer bemoeilijkt me de weg over te steken: te laat voor de trein – uur wachten voor de volgende trein – halverwege Amsterdam moet ik overstappen – kan nergens de overstaptrein vinden – allemaal deuren die op verschillende straten uitkomen – straten vol met af en aan rijdende elektriese trammetjes – nergens een trein – ik kijk in m’n tas en constateer dat ik niets heb meegenomen – geen schone kleren voor de vakantie – maar vakantie waarheen ook al weer? – vergeten! – Schotland of Ierland moest het zijn – alleen twee treinkaartjes bij me voor heen- en terugreis Amsterdam – ik besluit terug te keren naar huis – nergens de trein – nergens de trein terug naar huis…..

 

Ik in Canada

Ik loop in Canada: Een stadje waarvan ik denk dat  m'n ome Jan er in de jaren vijftig naartoe emigreerde. Nu ja een stadje – eigenlijk alleen maar een straat, maar wel een straat waar ik het vermoedelijke woonverblijf van m'n -inmiddels allang overleden- familielid meen te hebben gevonden. Ik loer er door een raam naar binnen en zie daar een dansgroep bezig met een lullig, althans voor mij lullig, traditioneel dansje. Ik waag me naar binnen, waarop de dansers me afwachtend aankijken en vraag ze in m'n meest beschaafde Engels of zij misschien weten wie er in dit huis heeft gewoond. Misschien een familie Oudman? Ome Jan was de broer van m'n – wijlen- vader. De dansgroep schudt meewarig z'n hoofd, kleed zich om in verpleegsterskostuum en druipt af naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis….. 

 

Dresden

De achterste wagon heeft een uitnodigende open achterkant; ik ben er nog niet ingesprongen of de trein vertrekt. Een seconde later al schijn ik me juist bovenop de trein te bevinden, aan de voorkant. Hachelijk voel ik me, want ik heb er nauwelijks houvast. Even later rijden we, gewoon over de weg!, een stad binnen; de trein is voorzien van maffe kleine rubberbandjes, zo weet ik ondanks m’n moeilijke positie te constateren. Als-ie stopt, de trein, spring ik er af en vraag aan opdringerig publiek in welke stad we zijn. Dresden wordt er gezegd, Dresden. Koortsachtig kijk ik om me heen of m’n begeleidster me misschien staat op te wachten, maar nee! Ik geheel alleen helemaal in Dresden! Hoe moet dat nu? Wat moet ik doen?! Angsten beginnen zich aan mij op te dringen en ik word wakker. Gelukkig maar!

 

Droomview

Joodse mensen zijn het; dat moet welhaast, want iedereen draagt een keppeltje. Ze staan overal in m’n huis, m’n vorige huis, liederen te zingen, gezamenlijk, in onverstaanbaar hebreeuws of zo, en het klinkt feestelijk opgewekt. Twee seconden later sta ik voor een groot, mijn spiegelbeeld haarscherp tonend, winkelraam. Ik sta, microfoon in aanslag, mijn eigen spiegelbeeldpersonage te interviewen; mensen die langslopen kijken raar op…..

 

Megaterras

Ja, op de bank met pijp. Ik lig zo half en half, denkend aan nagenoeg niets, en staar door het westelijke vensterraam naar buiten: het stille kanaal met z’n twee grote bochten en aan de overkant de vlakte; het weidse natuurgebied met z’n neergestreken ganzen, ver genoeg weg, die ganzen, om ze net niet te kunnen horen. Zo gaat er al rokend al gauw een uur voorbij zonder merkbare verandering, die van het licht niet meegerekend. Zo’n vierhonderd meter achter het oostelijke raam de provinciale weg met z’n gangbare verkeer waarvan ik de voertuigen, groot en klein, probeer te tellen, maar omdat m’n gedachtenloze blik het uitzicht door het westelijke venster toch stiekem prefereert, dwaalt hij, die blik, weer af naar dat voorkeursraam. Echter tot m’n grote schrik zijn ze er niet meer – kanaal en ganzen! Er valt aan die kant nu niets anders waar te nemen dan een supermegaterras met tafeltjes, neergezet tot pal voor m’n raam. Onnoemelijk veel tafeltjes, bezet door onnoemelijk veel mensen, groot en klein: drukte alom, obers snellen af en aan; kunnen de drukte amper aan. Nu moet ik wel wakker worden!

En inderdaad: Ik lig, ontwaakt, in bed, uiteraard zonder pijp, en weet dat ik gedroomd heb over ons vorige huis; het huis waar het uiterst plezierig wonen was, echter waar we op het laatst veelvuldig belaagd werden door onze toenmalige huurbaas. Ondanks dat verlang ik toch met enige regelmaat terug naar die woonplek, waar overigens nauwelijk enige luxe te constateren viel; ik ben er nog vaak in m’n dromen, uiteraard zonder de aandacht voor ons huidige, luxere, woning te kort te willen doen…..

 

Fiets in la

Er werd een la opengetrokken en daarin trof ik m’n allang verloren geachte fiets aan. Vreemd natuurlijk – een fiets in een la. Het was dan ook een la van forse afmetingen. Op de pakjesdrager achterop bevond zich een ineengefrommeld stuk geel plastic. Het bleek m’n regenjas van jaren terug. Het moet in een overdekt winkelcentrum of zoiets zijn geweest; volop vertier was er, en in een dood hoekje aldaar trof ik een ladenkast aan. Er werd een la opengetrokken en daarin trof ik m’n fiets aan. Vreemd…..

Was deze droom er een van een visioen? Bevindt m’n lang geleden gestolen fiets zich inderdaad ergens in een la in een gebouw van winkelcentrumformaat? Wilt u mij kond doen wanneer u in zo een gebouw in een stil hoekje een grote ladenkast aantreft?
 

Rinkeldekink!

De buschauffeur vraagt me m’n reisbiljet te laten zien. Ik show hem daarop een strippenkaart met daarop wat vage stempels. Identiteitsbewijs, zegt-ie, de chauffeur. Uw identiteitsbewijs! (en hij mompelde ook nog iets over een chipkaart of zo). Heb ik niet, zeg ik, de OV-reiziger. De chauffeur reageert hierop met het in m’n handen duwen van drie lege bierflesjes (Grolsch). Voor straf moet ik daarmee verder reizen. Ik word hierop dermate ongecontroleerd woedend dat ik alle drie de flesje in de bus eveneens ongecontroleerd (met veel geweld) kapot smijt. Pats, rinkeldekink! Nee, niet rinkeldekinkel, gewoon rinkeldekink. Niemand gewond, maar overal glas natuurlijk. Bij de volgende halte word ik gedwongen uit te stappen…..

Ik vind het reizen met OV veel te ingewikkeld; te vermoeiend ook, want je moet er veel te veel voor doen en laten. Daarom waarschijnlijk deze droom. Maar die bierflesjes…..? Misschien was ik ook woedend omdat ze leeg waren….. (zou kunnen natuurlijk, want ik ben een niet te temmen bierslurper, op het onbetamelijke af).