Op een decemberavond van het jaar 1983 zal het geweest zijn toen mijn kersverse begeleidster mij stond op te wachten bij de ingang van het Grand Theatre in onze provinciehoofdstad, waarvan de naam mij op dit moment even niet te binnen wil schieten (onzin natuurlijk, de naam van die stad ken ik heus wel, maar het was om aan te geven dat ik moeite heb met het onthouden van namen; als ik, bijvoorbeeld op een feestje, mensen, medegenodigden, ontmoet die ik moet kennen uit meer of minder ver verleden, begin ik me al op te maken: Ik herken een gezicht, maar de náám….. Voordat dat gezicht dan mij persoonlijk wil begroeten, of andersom, heb ik al koortsachtig pogingen gedaan mij bij derden te informeren over de naam van betreffend gezicht, opdat ik bij het elkaar de hand schudden maar geen blunder zal begaan). Zij, mijn chaperonne, had kaartjes voor het concert van het Willem Breuker Collectief weten te bemachtigen! Vanwege algehele luiheid en het alsmaar doelloos uit het raam staren was het al weer een tijdje geleden dat ik een concert had bezocht. Instigatie heb ik altijd nodig, ja instigatie, anders ben ik niet vooruit te branden. Ik denk, waarschijnlijk ter verontschuldiging, dat ik met mijn vermoeienissen de wereld te veel zal vervuilen. Nu ja, hoe dan ook, ik stond dan uiteindelijk op die bewuste avond toch maar mooi voor het Grand Theatre te Groningen (ha, daar is-ie weer, de naam: Groningen) met de bedoeling onderdeel van het publiek te zijn bij een concert van genoemd collectief dat ik tot dan nooit live had mogen beluisteren.
Welnu, dat heb ik geweten, en wel dermate geweten dat ik het nu, in 2010, zoverre dat kan, allemaal nog weet: Rustig op je stoel blijven zitten bleek al gauw geen optie. Het swong de zaal uit, of is het ‘swingde’? Kan mij het ook schelen; ik heb muziek zelden zo over me heen horen komen. Ja, een complete muziekdouche! Het was zowel muziek als genieten geblazen! Een en al spektakel! Opzwepende jazzy-achtige ‘kermismuziek’ (hier niet negatief bedoeld), zoals je dat van Breuker kon verwachten. Erbij gezegd moet worden dat live muziek altijd wel ‘leuk’ is, hetgeen zelfs geldt voor folkloristische muziek (te veel traditie), blues (te zeurderig) en of country (te pattriotisch), de op zich natuurlijk, laten we eerlijk zijn, vréselijkste soorten van ‘muziek’…..
Na een tijdje, toen de hele zaal dermate overladen was met muziek, begon ik te twijfelen of die noten wel daadwerkelijk afkomstig waren van het Collectief; ze, die noten, hadden evenzogoed elders uit de zaal kunnen komen, ik bedoel dat die er misschien al wáren, en dat die Breuker Muzikanten geweldig hun best moesten doen die muziek met hun instrumenten te verwerken. Ook de anderen hoor, maar met name die bebrilde en enigszins gezette Duitser, toe nou, hoe héétte die ook al weer….?, zag ik op briljante manier tekeer gaan middels z’n trompet al die daar rondhangende muzieknoten stuk voor stuk te verorberen. Andersomme muziek, althans zo léék het….. geweldig!
Helaas, Willem Breuker is dood, leeft niet meer, en zo dondert alles steeds verder in elkaar; het grote uiteenvallen, desintegratie, entropie, verdwijning, zoals de muziek die er eventjes volop was die avond…..
Ik hèb hem!, op de valreep, de naam van die geweldig trompettist: Andy Altenfelder!