Al een paar dagen voel ik dat een milde neerslachtigheid me in de klauwen heeft. Spleen, ja, te vertalen als ‘melancholische lusteloosheid met gebrek aan handelingsaandrift’. Maar wees gerust, dat heb ik ieder jaar zo rond deze tijd. Dat heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het licht dat aan het minderen is; de zon is zich weer aan het terugtrekken en ik ben daar nogal gevoelig voor. Er strijkt weer ander licht over de velden, anders dan in hoogzomer. Een hoogzomer waar we overigens amper iets van gemerkt hebben omdat de maand juli niet was wat-ie moest zijn. Tegelijkertijd ben ik verheugd over dat weer afnemend licht, omdat ik niet hou van die onfatsoenlijk lange zomeravonden waarbij het tot twaalf uur in de nacht aan de noordelijke horizon nog oplicht.
Het is weer augustus en in augustus gaan we, m’n begeleidster en ik, steevast een dagje uit. Naar Zuidlaren. Ja, Zuidlaren! Dat ligt in Drenthe. Om heerlijk te lunchen in de viswinkel aldaar en (natuurlijk) ook om er een boek te kopen. Ook daar verheug ik me op (tenminste zolang ik dat reisje niet alleen hoef te ondernemen) en ik denk dan ook dat dat periodetje van spleen z’n langste tijd gehad heeft…..